Cathy, Marije en Milou over:

NT1 gezinnen bereiken

In gesprek met Cathy de Vroome (projectleider VoorleesExpress Emmen bij Facet) en Marije Rozendaal en Milou Lous (projectleiders VoorleesExpress Borsele, Goes en Kapelle bij Bibliotheek Oosterschelde)

cathy en marije

Waarom vinden jullie het belangrijk om NT1-gezinnen te bereiken?

Cathy: "Omdat het doel van de VoorleesExpress is dat élk kind opgroeit in een taalrijke omgeving. En nu mis ik een groot deel van de kinderen."

Milou: "Ja, precies dat!"

Marije: "Daar kan ik alleen maar bij aansluiten. Een taalarme omgeving voor een kind is een taalarme omgeving later."

Waarom is het lastig om deze gezinnen te bereiken?

Marije: "Ouders die laagtaalvaardig zijn, kunnen verbaal best sterk zijn. Die snappen dat als je vraagt of je thuis wel eens voorleest, dat dat moet worden beantwoord met ‘ja’. Daardoor is het voor toeleiders denk ik lastig om er doorheen te prikken. En om vervolgens met ze in gesprek te gaan."

Cathy: "Je krijgt inderdaad veel sociaal wenselijke antwoorden. Professionals hebben soms moeite met het benaderen en bespreekbaar maken. En dan moet je ook nog de gezinnen bereid vinden. Die herkennen het zelf niet altijd of willen niemand achter de voordeur."

Hoe bereiken jullie toch NT1-gezinnen?

Milou: "Het start echt bij de toeleider. Maar het helpt ook om je te verdiepen in de populatie in je gemeente. Dat kan nu eenmaal erg verschillen."

Marije: "Klopt. Het helpt dat in onze gemeenten veel leerkrachten deze kinderen herkennen en aanmelden. De GGD-aanmelders lijken de NT1-kinderen minder op te merken."

Cathy: "Grappig, hier is dat andersom. Ik bereik de NT1-gezinnen vaak via de jeugdverpleegkundige of logopedist. Als zij in gesprek gaan met ouders, zie je ouders eerder bereid om toch een traject aan te gaan dan wanneer leerkrachten dat doen. Maar inderdaad: de professional die een band heeft met het gezin, is echt een belangrijke schakel. En wat mij zelf helpt is de bewustwording in communicatie en foto’s, door bijvoorbeeld de schrijfwijzer van de VoorleesExpress."

Wat hebben toeleiders dan nodig van de VoorleesExpress?

Marije: "Het direct en persoonlijk spreken van toeleiders, door bijvoorbeeld aan te sluiten bij een overleg, heeft echt een grote meerwaarde."

Cathy: "Als toeleiders zich aanmelden, ga ik in gesprek en benoem ik specifiek dat we deze doelgroep niet moeten vergeten. Ook probeer ik op te letten hoe ik naar hen communiceer als ik bijvoorbeeld wil laten weten dat er weer ruimte is. Verder organiseren we bij Facet een educatiedag voor professionals in het primair onderwijs, waar een ervaringsdeskundige die zelf laaggeletterd was aan het woord komt. Gevolgd door een training over hoe je het thema bespreekbaar kan maken."

Milou: "Ja, bij ons is ook een training geweest over herkennen en doorverwijzen van laaggeletterdheid, om de bewustwording te vergroten. Verder denk ik dat toeleiders veel hebben aan een concreet checklistje dat hen helpt bepalen welke gezinnen baat hebben bij de VoorleesExpress."

Zijn de trajecten met NT1-gezinnen anders dan met NT2-gezinnen?

Marije: "Een vrijwilliger die nu gekoppeld is aan een NT1-gezin moet best wel hard werken om de meerwaarde van voorlezen en taalactiviteiten te laten zien aan ouders. Ouders hebben het druk en vinden dat ze het goed doen want ze spreken Nederlands. Bij NT2-gezinnen zie ik vaker dat ze blij zijn met elk boek en nog net niet de bibliotheek binnenhuppelen."

Cathy: "Herkenbaar. NT2-ouders komen wat vaker zelf met de vraag wie hen kan helpen. En vrijwilligers komen wat sneller naar mij toe om samen te kijken wat ze nog kunnen doen. Hoe kun je verder verdiepen of interactie uitlokken op een andere manier? Dat is ook onderdeel van onze training en komt regelmatig aan bod tijdens koffiemomenten."

Milou: "Ik heb niet het idee dat we meer vragen krijgen van vrijwilligers die aan NT1-gezinnen gekoppeld zijn, maar wel ándere vragen. Het gaat ook om verwachtingsmanagement. Veel vrijwilligers verwachten dat ze in een anderstalig gezin terechtkomen. Verder heb ik het idee dat we NT1-gezinnen minder vaak doorverwijzen naar ander aanbod dan NT2-gezinnen."

Wat willen jullie andere projectleiders meegeven?

Marije: "Ga in persoonlijk gesprek met je toeleiders."

Cathy: "Ja, en blíjf ook in gesprek."

← Vorige Digitale middelen inzetten Volgende → Samenwerken met toeleiders