Ina en Annelijn over:
In gesprek met Ina van der Beek (projectleider VoorleesExpress Borne bij Bibliotheek Borne) en Annelijn van Beugen (projectleider VoorleesExpress Utrechtse Heuvelrug, Rhenen en Renswoude bij Bibliotheek Z-O-U-T)
Annelijn: "Voor de Utrechtse Heuvelrug zijn er een aantal jaar geleden al iPads aangeschaft voor de VoorleesExpress, om gewoon eens te kijken of dat werkt. Dit bleek aan te slaan. Afgelopen jaar zijn we ook gestart met het inzetten van iPads in Rhenen en gaan kijken hoe we de basis voor het werken met de iPads nog steviger kunnen maken. Uit veel onderzoeken komt toch dat digitale ondersteuning helpt bij bijvoorbeeld het vergroten van de woordenschat."
Ina: "Bij ons ging het iets anders. Hiervoor werkte ik als leesconsulent bij een andere bibliotheek. Daar heb ik een webinar georganiseerd over de inzet van digitale middelen. Tijdens de voorbereiding werd ik me steeds bewuster van de meerwaarde daarvan. Op een gegeven moment dacht ik: 'Daar moet ik iets mee!'"
Ina: "We willen gezinnen zoveel mogelijk ingangen bieden om verder te gaan met hun taalverwerving. Als ze hun kind toch achter een scherm zetten, dan liever achter de goede dingen. Ik zie de meerwaarde vooral in de adviserende rol: welke sites en welke apps zijn dan geschikt? En het mooie is dat je veel kan herhalen en verhalen audiovisueel kan ondersteunen. Daarbij blijft de koppeling met het boek voor mij wel heel belangrijk. Dat mag het niet vervangen, maar moet onderdeel zijn van het hele pakket."
Annelijn: "Dat is ook een beetje ons verhaal. Het is voor kinderen die nu opgroeien onderdeel van het dagelijks leven. Dan kun je het maar beter op een goede manier inzetten. Je kunt bijvoorbeeld in een jaar tijd duizend nieuwe woorden leren, als je twee Bereslim-filmpjes per dag bekijkt. Daarnaast is het zo makkelijk om een digitaal aspect te integreren in dat uurtje."
Annelijn: "De iPads zijn helemaal door ons ingericht met gratis en makkelijk toegankelijke apps en websites. Ook voor de ouders zelf. Gezinnen kunnen er in principe niks opzetten. De iPad blijft bij het gezin achter en de vrijwilliger doet er elke week iets mee, zodat het gezin er ook zelf mee aan de slag kan."
Ina: "Wij organiseren altijd startbijeenkomsten met vrijwilligers en daar hebben we gewoon gevraagd wie het leuk vindt om daar eens mee te gaan werken. En daarna hebben we nog een bijeenkomst voor alleen die groep georganiseerd om ze stapje voor stapje mee te nemen. Dat is wel nodig."
Annelijn: "Tijd! Die is er gewoon niet altijd. Sommige vrijwilligers hebben meer uitleg nodig dan anderen, ook op heel basaal niveau. Verder is het lastig dat je bij sommige websites eerst moet inloggen of doorlinken. Als een vrijwilliger dat al lastig vindt, wordt het een extra uitdaging om het aan ouders uit te leggen."
Ina: "Het is inderdaad niet even iPads aanschaffen en dan ben je er. De techniek levert de meeste problemen op. En de taalbarrière is voor vrijwilligers een uitdaging."
Annelijn: "Over het algemeen, als je het gewoon uitlegt, gaan de meeste vrijwilligers er toch echt graag mee aan de slag. En als de vrijwilliger er zelf in gelooft kan hij/zij dat ook overbrengen aan ouders. Die zijn die over het algemeen ook enthousiast. Het is belangrijk dat het simpel en toegankelijk is, zodat de ouder het zelf ook kan inzetten. Zelf houd ik bij nieuwe vrijwilligers nu wat meer rekening met hoe digitaal vaardig ze zijn."
Ina: "Soms zit de hulp ook in onverwachte hoek. Een vrijwilliger werkt in de ICT en heeft aangeboden om andere vrijwilligers te helpen of bij gezinnen langs te gaan als het hen zelf niet lukt. Dus we denken er ook over na om iemand van de bibliotheek in te schakelen, die gezinnen kan helpen dingen op hun eigen apparaat te zetten."
Annelijn: "Als het je interesse heeft, ga het gewoon proberen. Het zal afhankelijk zijn per locatie en regio wat wel en niet werkt, omdat iedereen weer een eigen manier van werken heeft. Begin klein en bouw vanuit daar een beetje op. Probeer verder altijd te benadrukken dat ouders het samen met het kind doen. Om zo de ouders te laten zien hoe het werkt en ze te betrekken bij de taalontwikkeling."
Ina: "Inderdaad, en begin met de mensen die er zin in hebben. Die kunnen dan later ook anderen enthousiast maken. Laat zien wat voor mooie aanvulling de digitale middelen hebben naast de andere activiteiten die ze al doen. Het kan gewoon onderdeel zijn van de vraag: hoe vul je je uurtje in? Uiteindelijk is het een mooie schakeling: als je zelf overtuigd en enthousiast bent, kun je dat overbrengen aan vrijwilligers en die kunnen het weer overbrengen aan ouders."