Erkenning & effectiviteit

Erkenning & effectiviteit

Lokaal onderzoek

Door de jaren heen is er op verschillende momenten onderzoek verricht om de impact van de VoorleesExpress in kaart te brengen. Het blijkt heel moeilijk om kwantitatief de effecten te meten. De belangrijkste redenen hiervoor zijn:

  • De ouders van de kinderen zijn (vaak) laaggeletterd, laagopgeleid en/of beheersen de Nederlandse taal niet goed. Hierdoor is het afnemen van enquêtes geen betrouwbaar middel.
  • De uitvoer van de VoorleesExpress is moeilijk te standaardiseren. De diversiteit tussen de deelnemende gezinnen en de vrijwilligers, en hun aanpak, is groot.
  • Kinderen die meedoen aan de VoorleesExpress worden beïnvloed door heel veel factoren die invloed hebben op hun taalontwikkeling. Pas bij een heel grote test- en controlegroep kun je verbanden aantonen.

In de periode 2016-2018 gaan wij hier verder mee aan de slag. In samenwerking met Stichting Lezen wordt opnieuw onderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit van de VoorleesExpress. Daarbij zal een onderzoekvorm gekozen worden die rekening houdt met voorgaande beperkingen en de kennis gebruikt die opgedaan is in eerdere onderzoeken. Het belangrijkste doel is om meer inzicht te krijgen in de werkzame factoren die invloed hebben op het gedrag van ouders. Juist dan realiseert de VoorleesExpress duurzame resultaten en bouwen wij mee aan een toekomst zonder taalachterstand. Naar aanleiding van de aanbevelingen die hieruit naar voren komen willen wij, waar nodig en mogelijk, onze methoden en aanpak verbeteren en verder ontwikkelen om de kans te vergroten dat ouders na afloop van de VoorleesExpress zelf actief de taal van hun kinderen stimuleren.

Overzicht lokaal onderzoek

2014-2015 door Melle de Vries, Niki Moeken en Folkert Kuiken i.s.m. de Universiteit van Amsterdam

Onderzoek met doel om meer zicht te krijgen op het effect van de VoorleesExpress op de woordenschatontwikkeling van kinderen en het voorleesgedrag van hun ouders. De effectstudie toont aan dat na deelname gezinnen vaker een  bibliotheekabonnement hebben en er meer gebruik wordt gemaakt van digitale prentenboeken. Het volledige rapport is hier terug te lezen.

2014: door Mirja van Doesburg i.s.m. Hogeschool Utrecht

Onderzoek met doel om meer inzicht te krijgen in de lange termijn effecten van de VoorleesExpress. Er is een kwalitatief onderzoek uitgevoerd waarbij twaalf gezinnen, vijf jaar na deelname aan de VoorleesExpress zijn geïnterviewd. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van literatuur, semigestructureerde interviews en observaties. Het blijkt dat het overgrote deel van de gezinnen (90%) nog steeds regelmatig (voor) leest. De aanwezigheid van (kinder)boeken, schrijfmateriaal, taalspelletjes en een plezierige omgang tussen de ouders en hun kinderen, wijst op een verrijking van de taalomgeving thuis. Daarnaast ervaart meer dan de helft van alle gezinnen vijf jaar na de VoorleesExpress meer leesplezier en een vooruitgang in het lezen. Meer over dit onderzoek lees je hier.

2012-2013: door Julia ter Beest en Kirsten Meijer i.s.m. Universiteit Utrecht

Onderzoek met doel om kwantitatief te toetsen in welke mate de VoorleesExpress invloed heeft op de taalontwikkeling van deelnemende kinderen. Uit de resultaten bleek dat er geen significant verschil was in taalontwikkeling tussen de kinderen in de experimentele- en de controlegroep. Er werd, met andere woorden, geen effect van de interventie van de VoorleesExpress vastgesteld. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat het aantal deelnemers in dit onderzoek vrij klein was.

2012: door Lydia Joppe i.s.m. Universiteit Utrecht

Onderzoek met doel om meer inzicht te krijgen in de manier waarop vrijwilligers ouders activeren. Uit de resultaten bleek dat de vrijwilligers verschillende methoden gebruikten om gedragsverandering bij ouders teweeg te brengen, waaronder het voordoen van het voorlezen, het verstrekken van informatie, het betrekken van ouders bij het voorlezen en het geven van positieve feedback.

2008-2009 door Geertje Lucassen en Karien van Buuren i.s.m. SodaProducties

Onderzoek met doel om inzichtelijk te maken in hoeverre het project bijdraagt aan taalvaardigheid en intercultureel contact. Uit de antwoorden op de vragenlijsten kon worden opgemaakt dat de deelnemende kinderen beter gingen presteren op taalvaardigheid en dat de taalomgeving thuis werd verrijkt. Verder bleek dat ouders en voorlezers enthousiast waren over het contact met elkaar, dat ze dit leerzaam vonden en dat (tijdelijk) in hun behoefte aan contact met stadgenoten met een andere sociaal-culturele achtergrond werd voorzien.